ZOA in 2018

Scroll

Helaas houden natuurrampen en conflicten niet op aan het einde van een kalenderjaar.  Slachtoffers van aardbevingen, overstromingen, droogte, hongersnood en conflicten zullen ook volgend jaar onze hulp hard nodig hebben. Daarom zal ZOA ook in 2018 weer klaar staan om de slachtoffers van deze rampen wereldwijd hulp, hoop en herstel te bieden. We hopen dat we daarbij op je steun mogen blijven rekenen!

Onze collega’s zijn voorbereid om direct in actie te kunnen komen zodra zich een dergelijke situatie voordoet. Ook blijven we uiteraard onverminderd actief in de gebieden waar we in 2017 actief waren en waar de situatie nog steeds kritiek is. Zoals bijvoorbeeld in Myanmar waar honderdduizenden Rohingya’s massaal op de vlucht sloegen voor het geweld. Hieronder kun je meer lezen over onze hulp aan de Rohingya’s in 2018.

ZOA werkt al jarenlang met de Rohingya’s in Myanmar, maar zet zich ook in Bangladesh voor hen in. Dit doen we samen met Red een Kind en Tear van het Christelijk Noodhulpcluster.

De stroom van honderdduizenden Rohingya vluchtelingen die de grens met Bangladesh oversteekt, op zoek naar een veilig inkomen neemt nog steeds toe. De kampen zijn overvol en de nood is hoog. Deze vluchtelingen hebben grote behoefte aan voedsel, onderdak, water, sanitaire voorzieningen en bescherming. Door de afwezigheid van voldoende voorzieningen is de kans op uitbraak van ziekten eveneens groot. Veel mensen hebben van gevonden materialen een poging gedaan om onderdak te creëren. Echter, er blijven nieuwe vluchtelingen bij komen, zonder dak boven hun hoofd.

Samen met onze partners uit het Christelijk Noodhulpcluster (Tear en Red een Kind), ondersteunen we de Christian Commission for Development in Bangladesh (CCDB). Zij zijn met onze steun in staat om in totaal 5,000 huishoudens (25,000 mensen) te ondersteunen op het gebied van water, sanitair, hygiëne, voeding, onderdak en het uitdelen van andere essentiële items.  De doelgroep bestaat grotendeels uit Rohingya vluchtelingen, maar ook de kwetsbare lokale bevolking zal van deze voorzieningen profiteren doordat de leefomgeving in het gebied wordt verbeterd.

Wat gaan we doen?

  • We delen 1,000 kits voor onderdak uit aan nieuwe Rohingya vluchtelingen. In deze kits zitten plastic platen, touwen en bamboe palen.
  • We delen 1,000 kits met andere items uit aan Rohingya vluchtelingen. In deze kits zitten dekens, slaapmatten en kleding (met name voor kinderen).
  • We voorzien 500 lokale huishoudens van noodzakelijke materialen, o.a. om hun huis te repareren (veel lokale huishoudens vangen vluchtelingen op of we betrekken hen als vrijwilliger om de vluchtelingen te ondersteunen)
  • Bouwen van 25 extra latrines voor 500 huishoudens;
  • Voorzien in het legen van 250 latrines: verzamelen, transporteren en verwerken van fecaal slib (inhoud latrines/ontlasting) (ten behoeve van 4,000 huishoudens);
  • Hygiëne voorlichting voor 4,000 huishoudens op het gebied van wateropvang, handen wassen, onderhoud van latrines en de risico’s van ontlasting in de natuur;
  • Binnen de doelgroep worden kinderen onder de vijf door CCDB-staf en vrijwilligers uit de lokale gemeenschap gecontroleerd op ondervoeding en waar nodig doorverwezen naar de juiste instanties (o.a. UNICEF) voor aanvullende voeding.

Help je mee ons werk in 2018 mogelijk  te maken?

© Medair / Nath Fauveau

Dit is het indrukwekkende verhaal van de 27-jarige Ume. Ume sloeg op de vlucht voor het brute geweld in haar dorp en kwam in Bangladesh terecht. “Drie weken geleden werd ons dorp aangevallen”, vertelt ze geëmotioneerd. “Mijn man is onthoofd en ons huis is tot de grond platgebrand. Ook het grootste deel van ons vee heeft het niet overleefd. Terwijl ik wegvluchtte, ben ik twee van mijn kinderen kwijtgeraakt. Opeens waren ze nergens meer te bekennen. Ik weet niet of ze dood zijn of nog leven.”

“Mensen hier vertelden ons dat we in een vluchtelingenkamp waarschijnlijk wel onderdak en eten zouden krijgen.”

“Ik had niets bij me, geen geld en geen bezittingen. Met mijn neusring betaalde ik een schipper om ons mee de rivier op te nemen. Verder had ik niets. We zaten de hele dag op de boot. Eenmaal de grens over moesten we zeventien dagen lopen. Nu zijn we hier.”

Hopen en bidden
Ume’s moeder is mee gevlucht met Ume en haar twee jonge kinderen. “We zijn hier kort geleden aangekomen en kennen het land en de taal niet, maar mensen hier vertelden ons dat we in een vluchtelingenkamp waarschijnlijk wel onderdak en eten zouden krijgen.”

Omdat ze de afgelopen achttien dagen amper hebben gegeten, hebben Ume en haar gezin zelfs de energie niet meer om te bedelen. Er is geen manier om in contact te komen met familieleden om te achterhalen hoe het met hen gaat – ze kunnen alleen maar hopen en bidden dat zij nog in leven zijn.

Kunnen we ook op jouw steun rekenen in 2018? Help mee via onze website en deel een teken van hoop.

Tags: / Category: 2018

Submit a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *